Afsluiting onderzoek vorming nationale politie: modernisering gebiedsgebonden politiezorg vraagt nog inspanning

De nationale politie staat aan het begin van de modernisering van gebiedsgebonden politiezorg (GGP). De basisteams die - met wijkagenten in de hoofdrol - politiezorg leveren in de wijken, zijn in de kern gevormd. Ook zijn er meer operationeel experts gekomen, waardoor teamchefs worden ontlast en de aansturing van basisteams makkelijker is geworden. Tegelijkertijd constateert de Inspectie Justitie en Veiligheid dat de modernisering van de GGP aan het begin van haar ontwikkeling staat. Binnen de basisteams is meer duidelijkheid nodig over ieders rol en moeten rollen ook zoals ze zijn bedoeld worden ingevuld. Verder moet de informatiebehoefte van de basisteams en de levering van informatie door het Informatieknooppunt beter op elkaar worden afgestemd. Deze, en andere, aanknopingspunten staan  in het vandaag gepubliceerde, afsluitende rapport over de reorganisatie bij de politie.

GGP: basisteams met wijkagent spil in lokale aanpak van problemen

De politie wil de GGP moderniseren door niet alleen te reageren op incidenten, maar ook de oorzaken van problemen aan te pakken. De wijkagent heeft hierin een centrale rol, als regisseur van de aanpak, en als oog en oor van de politie in de wijk. De Inspectie heeft onderzocht hoe ver de politie is met deze ambitie. Ook keek de Inspectie naar de ondersteuning van de basisteams door het Politiedienstencentrum (PDC) en de ervaringen van de burgemeesters met GGP.

Aanknopingspunten voor de GGP

In haar rapport biedt de Inspectie aanknopingspunten voor doorontwikkeling van de GGP. Naast de eerder genoemde rolvervulling, aansturing en afstemming van vraag en aanbod van informatie gaat het om:

  • Betere voorbereiding van informatiemedewerkers, wijkagenten en leidinggevenden op hun rol in de uitvoering van de GGP. Dit vraagt afstemming van het onderwijsaanbod tussen de politie en de Politieacademie.
  • Meer evenwichtige verdeling van capaciteit over incidentafhandeling en wijkgerichte taken. Bijvoorbeeld door teamchefs niet alleen af te rekenen op prestatiecijfers over incidentafhandeling, maar ze ook meer ruimte te geven voor inzet van wijkagenten op preventie en proactieve aanpak van overlast in de wijk.
  • Vergroten van de verbinding van de teams met de wijken. Sommige teams proberen dit door GGP-medewerkers en wijkagenten te laten samenwerken in een kleiner werkgebied. Dit verdient aandacht bij de verdere ontwikkeling van de politieorganisatie.

Ervaringen van burgemeesters met de basisteams

De samenwerking tussen gemeente en politie en het contact tussen burgemeester en teamchef is goed. Burgemeesters ervaren de verruimde opschalingsmogelijkheden echter verschillend: burgmeesters van grote steden zijn positiever dan de burgemeesters van kleine gemeenten.

Ondersteuning van de basisteams door het Politiedienstencentrum (PDC)

In het kader van de reorganisatie heeft de politie de bedrijfsvoering landelijk georganiseerd in het Politiedienstencentrum (PDC). Het PDC is gevormd en levert zonder veel problemen standaardproducten aan de basisteams. Maatwerk kan echter nog slechts beperkt worden geleverd. Het contact tussen basisteams en PDC verloopt moeizaam.

Ontwikkelingen vijf jaar lang op de voet gevolgd

De Inspectie heeft de vorming van de nationale politie de afgelopen vijf jaar op de voet gevolgd. Verschillende onderzoeksrapporten maakten duidelijk dat de veranderagenda zeer ambitieus was en dat de politie te veel, te snel moest doen. Heroverweging van de ambities was nodig. In deze moeilijke situatie heeft de politie de afgelopen jaren veel werk verzet en ook veel bereikt. Bovendien zijn de medewerkers gedurende deze onrustige periode gewoon hun werk blijven doen. Daarvoor heeft de Inspectie veel waardering.