Politiegegevens gedeeld met Bangladesh zonder goede check vooraf

Uitgezette vreemdeling opgewacht door Bengaalse autoriteiten

Nederlandse politiegegevens over een verdachte uit Bangladesh zijn vorig jaar gedeeld met de Bengaalse opsporingsautoriteiten. Uit onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid blijkt dat diverse partijen niet, dan wel te beperkt hebben getoetst of zij deze informatie mochten delen met Bangladesh. De Inspectie JenV vindt deze handelswijze risicovol vanwege de kans op ongewenste gevolgen voor de betrokkene.

De politie had de man aangehouden in een strafrechtelijk onderzoek naar illegale export van beendermeel, in januari 2017. Na zijn voorlopige hechtenis werd hij in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij niet rechtmatig in Nederland verbleef. De vreemdeling werd in januari 2018 onder regie van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) door de Koninklijke Marechaussee (KMar) uitgezet naar Bangladesh. Op de luchthaven in Dhaka constateerde de KMar dat hij werd opgewacht door Bengaalse opsporingsautoriteiten die in het bezit waren van informatie uit zijn Nederlandse strafdossier.

Internationale uitwisseling van politiegegevens

Politiegegevens over personen mogen niet zonder meer worden gedeeld met buitenlandse opsporingsautoriteiten om onder andere hun mensenrechten te beschermen. Zeker niet indien het gaat om landen waarmee Nederland op dit terrein weinig of geen ervaring heeft, zoals Bangladesh. Het delen van dergelijke gegevens met het buitenland verloopt via een aantal partijen1) .
Zij moeten per geval toetsen of er bezwaren zijn tegen het delen van de informatie.

Bevindingen

Dit stelsel van toetsingen heeft in deze zaak onvoldoende gefunctioneerd. Diverse keren zijn politiegegevens met Bengaalse autoriteiten gedeeld, terwijl die of niet of (zeer) beperkt waren getoetst. Dit kwam onder meer doordat voorgeschreven processtappen niet zijn gevolgd, waardoor informatie niet terechtkwam bij partijen die deze hadden moeten toetsen. Ook bestond bij meerdere partijen onduidelijkheid over hun taken en was er sprake van onjuiste aannames ten aanzien van taken van andere partijen. Volgens de Inspectie JenV wijzen deze knelpunten op onvoldoende taak- en ketenbewustzijn. Wat hierbij een rol speelt, is het ontbreken van heldere procesbeschrijvingen,- protocollen en werkinstructies.

Tevens constateert de Inspectie JenV dat de politiegegevens die vanuit het strafrechtelijk onderzoek met Bangladesh zijn gedeeld, niet zijn betrokken bij de afweging die de vreemdelingenketen maakte om de betrokkene uit te zetten.

Aanbevelingen

De Inspectie JenV beveelt de nationale politie aan om in afstemming met het Openbaar Ministerie de verstrekking van politiegegevens aan het buitenland zorgvuldiger te (laten) toetsen. Verstrekking moet plaatsvinden via vastgestelde processtappen en aangewezen informatiekanalen. Nu is niet elk onderdeel in het proces goed vastgelegd. Ook moet het voor alle partijen duidelijk zijn wie wanneer de gegevens behoort te toetsen en wat deze toetsen concreet inhouden.
Daarbij beveelt de Inspectie JenV  de DT&V aan om, samen met de nationale politie en het Openbaar Ministerie, de informatie-uitwisseling tussen de strafrechtketen en vreemdelingenketen te verbeteren. Hierdoor kunnen eventuele risico’s bij uitzettingen van vreemdelingen beter worden onderkend en afgewogen.

1 Toetsing vindt o.a. plaats door internationale rechtshulpcentra (samenwerkingsverband tussen de nationale politie en het Openbaar Ministerie) en de Afdeling Internationale Rechtshulp in Strafzaken van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken kan daarbij worden betrokken. Bij de verstrekking van politiegegevens aan het buitenland kunnen ook het NCB Interpol Nederland en liaison officers die vanuit de politie of de KMar zijn gestationeerd in het buitenland een rol spelen.

""