Kwetsbaarheid gezinnen aanleiding tot kinderbeschermingsmaatregel

Gezinnen gedupeerd door de kinderopvangtoeslagaffaire hadden gemiddeld 4 keer meer kans dat hun kind onder toezicht of voogdij werd geplaatst (hierna: kinderbeschermingsmaatregelen) dan andere gezinnen die recht hadden op kinderopvangtoeslag. Dat kwam echter níet door hun dupering, maar door het feit dat ze al vóór de toeslagenaffaire andere kenmerken hadden en in kwetsbare omstandigheden verkeerden dan de meeste gezinnen in Nederland die toeslag ontvingen. Dat stelt de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) op basis van analyses die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de Inspectie JenV heeft uitgevoerd.

Kansen op dupering door toeslagenaffaire

De CBS-analyses geven allereerst meer inzicht in de kenmerken en omstandigheden van de groep gedupeerden. Zo was de meerderheid vrouw (83%), had 71% een ander land dan Nederland als herkomstland en had bijna driekwart (73%) al voor dupering een negatief vermogen. Duidelijk is nu ook welke factoren van gezinnen de kans vergrootten om door de toeslagenaffaire gedupeerd te raken. Henk Korvinus: ”Dat er sprake was van ongelijke behandeling was al bekend, maar nu hebben we pas echt een goed cijfermatig beeld van de mate waarin dit gebeurde. Zo hadden gezinnen met een niet-Nederlandse herkomst tot wel negen keer meer kans om gedupeerd te worden dan gezinnen van Nederlandse herkomst.” Ook gezinnen waarvan de ouders jonger dan 25 waren bij de geboorte van het eerste kind, kregen twee keer zo vaak te maken met de toeslagenaffaire. Verder zorgde een betalingsachterstand bij de zorgverzekeraar voor vier keer meer kans op dupering.

Kans op kinderbeschermingsmaatregelen

De analyse laat ook zien dat de kans om te maken te krijgen met een kinderbeschermingsmaatregel niet voor ieder gezin dat kinderopvangtoeslag ontving gelijk was. Zo hadden eenoudergezinnen bijvoorbeeld 4 keer meer kans op een kinderbeschermingsmaatregel. Het feit dat gezinnen gedupeerd waren door de toeslagenaffaire vergrootte deze kans echter niet. Niet-gedupeerde gezinnen met gelijke kenmerken en in vergelijkbare omstandigheden (bijvoorbeeld qua gezinssamenstelling en inkomen), kregen namelijk even vaak te maken met een kinderbeschermingsmaatregel. Het is niet uit te sluiten dat er individuele gedupeerden zijn voor wie de toeslagenaffaire wel de katalysator was voor problemen die ertoe leidden dat er kinderbeschermingsmaatregelen zijn ingezet. Ook kon in het onderzoek geen onderscheid gemaakt worden naar de mate van dupering.

De Inspectie roept op tot bewustwording bij beleidsmakers en het jeugddomein over de kansenongelijkheid die er is om te maken te krijgen met een kinderbeschermingsmaatregel. Bepaalde (voor de ontwikkeling van het kind slechte) omstandigheden in het gezin kunnen leiden tot een kinderbeschermingsmaatregel. Maar die mag nooit het gevolg zijn van systematische benadeling van mensen op basis van kenmerken die geen oorzaak zijn van deze omstandigheden. Of dit het geval is, is op basis van dit onderzoek nog niet te zeggen. De Inspectie JenV is daarom bezig met een tweede onderzoek dat inzicht moet geven in het beeld achter de cijfers. Het moet bijvoorbeeld duidelijk maken waarom gedupeerde gezinnen te maken kregen met kinderbeschermingsmaatregelen en welke lessen te trekken zijn.

Korvinus: “Je moet weten wat er speelt, waarom mensen getroffen worden en welke mechanismen hieraan ten grondslag liggen. Dit inzicht helpt in het terugdringen van het aantal kinderbeschermingsmaatregelen en in het nadenken over alternatieven voor kinderen en jongeren die in de knel komen”. Voor het onderzoek analyseert de Inspectie casussen om een reconstructie te maken van wat er is gebeurd. Zij doet daarvoor dossieronderzoek en spreekt daarbij onder meer met ouders, jongeren en medewerkers uit de jeugdbeschermingsketen. De Inspectie JenV is niet bevoegd om te bepalen of een kind terecht uit huis is geplaatst of niet, dat is aan de rechter. Naar verwachting is de Inspectie in het voorjaar van 2023 klaar met haar tweede onderzoek.

Grafiek waarin te zien is dat de smalle vergelijkingsgroep en de groep gedupeerden vrijwel even groot zijn, en beide ongeveer vier keer groter dan de brede vergelijkingsgroep.
Beeld: CBS

Waarom dit onderzoek

Door de toeslagenaffaire werden tienduizenden ouders vanaf 2005 onterecht verdacht van fraude met kinderopvangtoeslag. Zij kwamen in grote financiële problemen omdat zij veel geld moesten terugbetalen aan de Belastingdienst. In oktober 2021 werd door het CBS naar buiten gebracht dat tussen 2015 en 2019 1.115 kinderen van gedupeerde gezinnen met een ondertoezichtstelling uit huis geplaatst zijn (geweest). Later werd dit getal geactualiseerd naar 1.675 kinderen tussen 2015 tot en met 2021. De Inspectie JenV vroeg het CBS om analyses uit te voeren om zo meer te weten over de (kenmerken en omstandigheden van) gedupeerde gezinnen én na te gaan of zij door hun dupering vaker in beeld kwamen bij jeugdbescherming. Het CBS heeft daarbij gekeken naar de twee kinderbeschermingsmaatregelen: ondertoezichtstelling (met of zonder uithuisplaatsing) en de gezagsbeëindigende maatregel (voogdij).

Het CBS heeft de gegevens van de 4100 gezinnen geanalyseerd die in de periode 2012-2018 gedupeerd zijn geraakt en deze vergeleken met twee groepen. Het gaat dan om een brede en een smalle vergelijkingsgroep. De brede groep bestaat uit meer dan 1.2 miljoen gezinnen die in dezelfde periode recht hadden op kinderopvangtoeslag, maar niet gedupeerd zijn. De smalle vergelijkingsgroep bestaat uit 4100 gezinnen die in kenmerken lijken op de gedupeerde groep, maar niet gedupeerd zijn.

Klein kind staat op de rug gezien voorovergebogen uit het raam naar buiten te kijken met de handjes op de vensterbank.
Beeld: ©Inspectie JenV