De manier waarop de reclassering elektronische monitoring, oftewel het dragen van een enkelband, uitvoert is duidelijk vastgelegd en voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Ook het proces dat medewerkers moeten doorlopen is navolgbaar en duidelijk. Dat blijkt uit het rapport “Vrijheid aan banden” van de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) naar hoe de reclassering toezicht houdt op verdachten en veroordeelden die een enkelband dragen. De Inspectie JenV heeft ook gekeken hoe de reclassering adviseert over het wel of niet dragen van een enkelband.

“Uit ons onderzoek blijkt verder dat bij de inzet van een enkelband aandacht is voor de persoonlijke omstandigheden van de client, waarbij de reclassering oog heeft voor de maatschappelijke en persoonlijke risico’s. Dat maakt dat de enkelband wat ons betreft vaker ingezet kan worden om zo de cellentekorten in de gevangenissen op te vangen. In het gevangeniswezen is sprake van een groot probleem vanwege het cellentekort en personeelstekort. Door mensen in voorarrest in de gaten te houden via een enkelband en gedetineerden eerder naar huis te sturen met een enkelband, kan de druk op het gevangeniswezen afnemen”, aldus waarnemend inspecteur-generaal Liesbeth Huijzer.

Het dragen van een enkelband kan mensen helpen om hun gedrag te verbeteren en te voorkomen dat zij opnieuw een delict plegen. In 2024 waren er ruim 2700 mensen die een enkelband moesten dragen. Een groot deel van hen droeg een enkelband in afwachting van de uitspraak van een rechter of omdat ze onder voorwaarden eerder uit de gevangenis mochten.

De Inspectie JenV heeft ook een aantal knelpunten vastgesteld. Adviseurs van de reclassering hebben niet alle cliënten bij wie de enkelband van meerwaarde kan zijn, in beeld. Ook beschikt de reclassering niet altijd over relevante politie-informatie om te adviseren over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de enkelband. Om te voorkomen dat de kwaliteit van de elektronische monitoring onder druk komt te staan, adviseert de inspectie om deze knelpunten op te pakken.

Beeld: © Rijksmediatheek