De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) richt zich in haar toezicht voornamelijk op de uitvoering van strafrechtelijke beslissingen ten aanzien van jongeren. Het jeugdstrafrecht heeft als uitgangspunt dat jongeren die een delict hebben gepleegd een tweede kans moeten krijgen om te leren van hun fouten en die niet herhalen. Zodat zij op een goede manier kunnen terugkeren in de samenleving en de maatschappij daarbij zo min mogelijk risico loopt.

Instellingen die zich hiermee bezighouden en waar de Inspectie JenV op toeziet zijn:

Toezicht door de Inspectie Justitie en Veiligheid

De Inspectie JenV richt zich bij haar toezicht op de vraag of die instellingen hun taken naar behoren uitvoeren. Bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) kijkt zij, naast zijn taak op het gebied van het jeugdstrafrecht, ook naar de uitvoering van de taken op het gebied van:

  • bescherming (waaronder kinderbeschermingsmaatregelen en toetsende taak);
  • gezag en omgang na (echt)scheiding;
  • afstand, screening, adoptie en afstammingsvragen.

Met het oog op het maatschappelijk belang richt het inspectietoezicht zich ook op de bredere jeugdketen, vaak samen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of in groter verband via het Toezicht Sociaal Domein.

Meldplicht voor jeugdinstellingen

Gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (waar het alleenstaande minderjarige vreemdelingen betreft) moeten calamiteiten en geweld melden. De IGJ en de Inspectie JenV beoordelen en behandelen deze meldingen gezamenlijk in het Toezicht Meldingen Jeugd via Melden over jeugdhulp | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Toetsingskader

Hoe houdt de Inspectie JenV toezicht op de instellingen binnen de jeugdketen? Wat zijn de normen waaraan instellingen getoetst worden? Antwoorden op dit soort vragen staan in het toetsingskader.