De adviezen en tips die inwoners van Nederland krijgen over wat te doen bij een ramp of crisis, moeten beter op elkaar aansluiten. Nu ontbreekt een landelijke regie op deze risicocommunicatie waardoor voorbereiding van inwoners op dreigingen achterblijft, aldus de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV), die de samenwerking hierin onderzocht. Zij adviseert de verantwoordelijke overheden hun communicatie over het voorbereiden op risico’s beter en meer in samenhang te organiseren.

Als zij dat doen, sluit de landelijke, regionale en lokale informatie over risico’s beter op elkaar aan. Inwoners kunnen zich dan beter voorbereiden op een ramp of crisis, aldus de Inspectie JenV. Zodat mensen in een noodsituatie, waar ze ook wonen, zichzelf een tijdje kunnen redden als hulpdiensten langer op zich laten wachten dan normaal. Het belang van risicocommunicatie wordt door de regio’s breed onderkend. Toch is nu slechts een derde van de Nederlandse inwoners voorbereid op een ramp. Er is nu geen duidelijke landelijke regie, er zijn geen meetbare doelen (of mensen de tips ter harte nemen bijvoorbeeld) en er is geen vast budget. Daardoor is het lastig om te zien wat werkt en krijgen inwoners niet overal dezelfde adviezen en tips aangereikt om zich voor te bereiden op een crisis.

Het informeren van inwoners over risico’s en wat zij daartegen kunnen doen, is een wettelijke taak van de 25 veiligheidsregio’s in Nederland. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en de gemeenten dragen hier ook aan bij. Hun taak ligt niet vast in de wet.
 

Verschillende aanpak

Uit inspectieonderzoek bij negen veiligheidsregio’s, zestien gemeenten en de NCTV blijkt dat de aanpak van de risicocommunicatie per partij en per regio verschilt. Sommige regio’s sluiten aan bij de landelijke campagne Denk Vooruit en maken daarnaast eigen materiaal. Andere doen dat weinig. Daardoor sluiten adviezen en tips voor inwoners niet overal goed op elkaar aan. Ook is tussen de regio’s de beschikbaarheid van mensen en geld ongelijk.  

Die verschillen vergroten de kans dat inwoners in de ene regio een boodschap met een andere inhoud krijgen dan in een andere regio. Vergelijkbare risico’s leiden niet altijd tot vergelijkbare, duidelijke boodschappen over hoe mensen zichzelf kunnen redden. Er zijn geen heldere doelen vastgelegd waartoe risicocommunicatie moet leiden. Er wordt weinig gemeten hoe inwoners zich tips eigen maken. Daardoor is het lastig vast te stellen of alle inspanningen echt helpen om mensen voor te bereiden en bestand te laten zijn tegen een noodsituatie.
 

Aanbevelingen

Om te zorgen dat meer mensen weten wat ze zelf kunnen doen bij een ramp of crisis, moeten de minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad1 de landelijke regie op de risicocommunicatie vastleggen. Dat kan door te bepalen wie waarover gaat; veiligheidsregio’s, NCTV en gemeenten. Landelijk moeten afspraken worden gemaakt: wie communiceert wanneer, over welke risico’s, aan welke doelgroepen en met welke boodschappen. Leg vast wat landelijk vaststaat en waar een regio ruimte heeft voor lokale invulling. Per regio en per gemeente moet gemeten kunnen worden in hoeverre de landelijke ambitie -het voorbereiden van mensen op dreigingen- gehaald wordt en wat werkt in de communicatie hierover. Veiligheidsregio’s hebben nu vaak geen meerjarig budget en vastgelegde capaciteit voor risicocommunicatie. De Inspectie JenV beveelt aan om dat wel te regelen.
De minister en het Veiligheidsberaad moeten met de gemeenten heldere afspraken maken over hun rol in de risicocommunicatie. Zorg ervoor dat gemeenten en veiligheidsregio’s hun rol ook kunnen waarmaken door te zorgen dat voorwaarden hiervoor, zoals geld en de benodigde medewerkers, op orde zijn.

Het Veiligheidsberaad is het overleg van de voorzitters van de 25 Veiligheidsregio’s.

Beeld: © ANP / Anton Kappers