Een effectieve organisatie van de brandweerzorg en de bijbehorende taakuitvoering is belangrijk voor het beschermen van mensen, dieren en de omgeving. De Inspectie JenV houdt daarom toezicht op de taakuitvoering van de 25 brandweerkorpsen in Nederland. De Inspectie JenV kijkt hoofdzakelijk hoe openbare besturen drie hoofdtaken met betrekking tot de brandweerzorg uitvoeren: preventie, repressie en nazorg.
Preventie betekent het voorkomen van branden en andere incidenten. De brandweer controleert gebouwen op brandveiligheid, geeft voorlichting aan burgers en adviseert bij bouw en inrichting van wijken. Door risico’s op tijd te herkennen, kunnen ongelukken worden voorkomen of minder ernstig worden.
Repressie is het optreden bij incidenten. Dit gaat onder andere om het blussen van branden, het verlenen van technische hulp, het omgaan met gevaarlijke stoffen, het waarschuwen van de bevolking en het ondersteunen bij crises en rampen. Hierbij werkt de brandweer vaak samen met andere hulpdiensten.
Nazorg vindt plaats na een incident. De brandweer controleert of de situatie veilig is en evalueert het optreden. Door nazorg leert de organisatie van incidenten en kan het werk in de toekomst worden verbeterd.
De Inspectie JenV houdt toezicht op het leveren van goede brandweerzorg door te kijken in hoeverre de brandweerzorg in elke veiligheidsregio voldoet aan geldende wet- en regelgeving. De taken van de Inspectie JenV met betrekking tot de brandweerzorg zijn vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s, artikel 57 en 58. Hiermee heeft zij als doel om te monitoren of de brandweer toekomstbestendig is voor mogelijke rampen, branden en crises van nu en in de toekomst en zo het lerend vermogen van veiligheidsregio’s te versterken.