Inspectie JenV: onderzoek mogelijkheid snellere DNA-afname veroordeelden

De Inspectie Justitie en Veiligheid pleit voor onderzoek naar mogelijkheden om eerder DNA af te nemen bij veroordeelden dan nu het geval is. Van zo’n 20.000 veroordeelden is op dit moment geen DNA-materiaal in de landelijke databank opgenomen. Daarnaast beveelt de Inspectie aan om de coördinatie van het DNA-afnameproces bij het Openbaar Ministerie (OM) te leggen. Ook moeten sommige betrokken organisaties hun processen en sturing verbeteren. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het vervolgonderzoek naar de uitvoering van twee aanbevelingen van de Commissie Hoekstra.

DNA-afname bij veroordeelden

DNA moet worden afgenomen nadat een verdachte is veroordeeld voor bepaalde misdrijven, en er een bevel ligt van de officier van justitie. Veroordeelden die niet in een gevangenis zitten, krijgen een oproep zich te melden op het politiebureau. In de praktijk melden veel daders zich niet en zijn ze onvindbaar, omdat ze geen vaste woon- of verblijfplaats hebben of omdat ze naar het buitenland zijn vertrokken. Het kost de politie veel tijd, geld en moeite om hen op te sporen. Van meer dan 20.000 veroordeelden is geen DNA-profiel opgenomen in de landelijke databank.

Met de huidige wet- en regelgeving is het moeilijk om de ontstane achterstand in te halen en tegelijkertijd de databank te vullen met DNA van nieuwe veroordeelden. De politie doet er alles aan om zoveel mogelijk veroordelen op te sporen. Tegelijkertijd concludeert de Inspectie dat de betrokken partijen steeds meer achter de feiten aanlopen, doordat afname van DNA-materiaal niet eerder in het proces mogelijk is. Daarom wil de Inspectie dat wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om eerder DNA af te nemen, met name van veroordeelden zonder vaste woon- of verblijfplaats en buitenlanders.

Ook adviseert de Inspectie om de coördinatie van het hele DNA-afnameproces bij het OM te leggen, zodat deze ook in de toekomst structureel en duidelijk is vastgelegd. Het gaat om een complex en gevoelig proces, waar veel partijen bij zijn betrokken en dat alleen effectief is als de hele keten secuur handelt en samenwerkt. Bij sommige organisaties in de keten is meer aandacht nodig voor het uitwisselen van informatie, standaardisatie van processen en adequate uitvoering.

Agenten onbekend met 24/7 overzicht van openstaande vrijheidsstraffen

In hetzelfde onderzoek heeft de Inspectie een maatregel onderzocht die ervoor moet zorgen dat de politie 24/7 toegang heeft tot het overzicht van vrijheidsstraffen. Op die manier kan snel bekeken worden of een verward persoon die gevaarlijk gedrag vertoont, nog een gevangenisstraf moet uitzitten en op basis daarvan kan worden opgepakt.

Technisch is alles klaar, maar de maatregel blijkt nog te onbekend bij het overgrote deel van agenten. Het systeem draagt daarom nu maar beperkt bij aan het effectief optreden bij gevaarlijke verwarde personen. Daarom beveelt de Inspectie de politie aan om medewerkers duidelijk te informeren en instrueren over de maatregel.

Commissie Hoekstra

De commissie-Hoekstra adviseerde in 2015 naar aanleiding van de moord op oud-minister Els Borst onder meer over de afname van DNA-gegevens  bij veroordeelden en de (versnelde) uitvoering van vrijheidsstraffen. Het OM heeft op basis daarvan het Verbeterprogramma Maatschappelijke Veiligheid OM opgesteld. Op verzoek van de minister houdt de Inspectie toezicht op de uitvoering van het Verbeterprogramma en adviseert over risico’s en knelpunten.

DNA onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut

Beeld: Nederlands Forensisch Instituut