Detentieverloop Michael P.: Risico’s voor samenleving onvoldoende ingeschat

Procedures voor de overplaatsing van Michael P. van het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) Vught naar de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) Roosenburg en voor de wijze waarop hem daar vrijheden zijn verleend, zijn onvoldoende zorgvuldig verlopen. Een aantal organisaties1) heeft niet alles gedaan wat van hen mocht worden verwacht. Veiligheidsrisico’s voor de samenleving zijn onvoldoende ingeschat. Dit concluderen de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in hun onderzoek naar het detentieverloop van P. en de aan hem verleende zorg.

Volgens de inspecties zijn in de risicotaxatie gedurende het behandelproces, bij de plaatsing op de FPA en bij het toekennen van vrijheden niet alle aspecten meegewogen. Zo zijn veiligheidsrisico’s voor de samenleving onvoldoende ingeschat.

De zorg aan P. voldeed binnen de diagnose die over hem was gesteld. Daarin was echter mogelijk andere problematiek samenhangend met de zedendelicten niet voldoende meegenomen.

Michael P. is in juli vorig jaar in eerste aanleg veroordeeld voor het verkrachten en doden van Anne Faber. Zijn hoger beroep tegen deze veroordeling loopt nog.
Hij wordt ervan verdacht dit misdrijf te hebben gepleegd terwijl hij een lange straf uitzat voor onder meer het verkrachten van twee minderjarigen. Tijdens zijn detentie voor deze misdrijven is P. wegens psychische klachten in het PPC in Vught opgenomen. Later is hij geplaatst op FPA Roosenburg.

Complexe uitvoeringspraktijk

De bevindingen van de inspecties illustreren de complexe uitvoeringspraktijk van de forensische zorg. Medewerkers moeten een behandelrelatie opbouwen waarvoor vertrouwen nodig is in gedragsverbetering van de gedetineerde zodat deze kan werken aan zijn resocialisatie. Maar medewerkers moeten tegelijkertijd vanuit gezond wantrouwen steeds rekening houden met de mogelijkheid van recidive en de risico’s voor de maatschappelijke veiligheid.

Lessen

Het onderzoek naar het detentieverloop van Michael P. is gericht op het leren van lessen over het strafverloop van iemand die een reguliere gevangenisstraf kreeg waarbinnen gaande weg ook forensische zorg geboden werd. Hoewel dit onderzoek een op zichzelf staande zaak betreft, zijn hieruit ook meer algemene lessen te trekken. Met name de procedures rond overplaatsing naar een forensische ggz-instelling en het verlenen van vrijheden zijn complex van aard. De procedures wekken de schijn dat zij voldoende gericht zijn op het beperken van risico’s maar dat blijkt niet het geval. Dit vraagt om herbezinning op onder meer de verantwoordelijkheden tussen alle betrokken organisaties2) en de onderlinge samenwerking.

De inspecties benadrukken dat risico’s nooit uitgesloten kunnen worden. Wel is het zaak de risico’s voor de samenleving zo klein mogelijk te maken. Dat is in dit geval onvoldoende gebeurd.

Aanbevelingen

Daarom bevelen de inspecties de minister voor Rechtsbescherming en de forensische zorgsector aan om diverse knelpunten aan te pakken. Dan gaat het onder meer over het inschatten van risico’s voor de samenleving en de verantwoordelijkheden van betrokken organisaties als het gaat om het toekennen van vrijheden aan gedetineerden met psychiatrische, persoonlijkheids- en verslavingsproblemen. Betrokken organisaties moeten uitwerken wat ze van elkaar verwachten en hoe afspraken worden uitgevoerd. De inspecties verwachten dat de sector per 1 oktober rapporteert hoe ver ze met die maatregelen is.

Verbeterplan FPA

Direct na de aanhouding van Michael P. in 2017 is FPA Utrecht onder geïntensiveerd toezicht geplaatst. Afgelopen jaar heeft de FPA op basis van de voortgangsrapportages laten zien dat er op instellingsniveau voldoende verbeterstappen gemaakt zijn. Het verbeterplan betrof de personeelsbezetting, de verslavingsproblematiek en de gevoelens van interne veiligheid. Het personeelsbestand is kwantitatief op orde en bijna alle medewerkers zijn bijgeschoold in verslavingsproblematiek. De veiligheid in de kliniek en op het FPA-terrein voor medewerkers en patiënten is toegenomen, onder meer door extra drugscontroles. De FPA heeft onder andere ook al het thema verlofbeleid geëvalueerd en doorontwikkeld. Dit met als doel om de balans tussen behandeling, resocialisatie en veiligheid te verbeteren.  

Gelet op de bereikte doelen en de borging daarvan beëindigen de inspecties het daarop gerichte  toezicht op deze specifieke terreinen. Zij  blijven  de FPA Utrecht wel volgen. Het komende half jaar richt het toezicht van de inspecties zich op de manier waarop de FPA Utrecht omgaat met de knelpunten, verbeterpunten en aanbevelingen uit het inspectieonderzoek naar het detentieverloop van Michael P. 

Een belangrijk aandachtspunt blijft de zorg die de lokale driehoek (burgemeester van Zeist, de politie en het Openbaar Ministerie) heeft over de veiligheid in Den Dolder en over het veiligheidsgevoel van de inwoners. De FPA en de lokale driehoek van de gemeente Zeist zetten zich samen in voor de veiligheid van de inwoners. De inspecties hebben die zorgen onder de aandacht gebracht van de minister voor Rechtsbescherming. De Inspectie Justitie en Veiligheid zal de opvolging hiervan volgen.

1) PPC Vught, FPA Roosenburg, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie/Indicatiestelling Forensische Zorg (NIFP/IFZ).

2) PPC Vught, FPA Roosenburg, DJI, NIFP/IFZ, Openbaar Ministerie (OM), Reclassering Nederland (RN).

""